Aanbellen bij… Sripersad Gopal en Helouise Gopal-Biseswar

Editie 36
Editie070 trekt de Haagse wijken in, belt ergens en aan vraagt: mogen we even binnen kijken?

Bent u ook zo nieuwsgierig naar uw stadsgenoten? Editie070 trekt de Haagse wijken in met een stoutmoedige vraag: mogen we even binnenkomen? Vandaag gaan we op visite bij Sripersad Gopal (86) en Helouise Gopal-Biseswar (81) in Transvaal.

 

Mevrouw Gopal opent de deur van haar woning in de Haagse Transvaal en nodigt Editie070 uit om binnen te komen.

De warmte komt ons tegemoet als de voordeur opengaat. ‘We houden niet zo van de kou hoor!’, zegt mevrouw Gopal, terwijl ze ons hartelijk welkom heet en onze jassen ophangt. Ze leidt ons naar de woonkamer, waar meneer Gopal in zijn vertrouwde fauteuil bij het raam zit. Op de leuning van zijn stoel staan twee knuffelhondjes. Foto’s langs de wanden van het huis leiden door een rijke familiegeschiedenis. Gedistingeerde heren en dames op vergeelde zwart-wit foto’s, trouwfoto’s van de kinderen en pasfoto’s van vrolijk lachende kleinkinderen. Het echtpaar woont sinds 1988 in deze flat in Transvaal, die speciaal voor 55-plussers is ingericht. Het bevalt ze goed. ‘We hebben alles dichtbij in de buurt. De toko’s, de Haagse markt. Je kan zo met de rollator boodschappen doen’, zegt mevrouw Gopal.

Meneer Gopal uit het Haagse Transvaal in zijn stoel met op de leuning twee knuffelhondjes.
Meneer Gopal in zijn vertrouwde fauteuil bij het raam

Drie stapelbedden

Het was 1975 toen het echtpaar Gopal met zes van de negen kinderen vanuit Suriname naar Den Haag verhuisde. In die tijd, rondom de onafhankelijkheid van de Republiek Suriname, kwamen veel Hindoestanen naar Nederland, vanwege de onzekere toekomst die hen te wachten stond. ‘Het was een broeierige tijd daar’, vertelt mevrouw Gopal. ‘De kinderen konden niet naar school, er waren regelmatig stakingen. Op straat was het gevaarlijk, er werd gestolen en geweld gebruikt. Daarom wilden we weg.’ De familie verhuisde vanuit Paramaribo naar een flat in de Ampèrestraat in Segbroek. Meneer Gopal ging aan het werk bij aluminiumbedrijf BOAL in De Lier, mevrouw Gopal vond werk in een verzorgingstehuis. Ze raakten verknocht aan Den Haag.

De 86-jarige meneer Gopal en de 81-jarige mevrouw Gopal verhuisde in 1975 van Suriname naar Den Haag.
De familie Gopal verhuisde vanuit Paramaribo naar een flat in de Ampèrestraat in Segbroek

Hard werken

Inmiddels hebben meneer en mevrouw Gopal maar liefst 21 kleinkinderen, 15 achterkleinkinderen en 1 achterachterkleinkind. Ze passen niet met z’n allen tegelijk in de flat, maar bijna iedere dag komt één van de familieleden wel even langs, ze wonen bijna allemaal in Den Haag. Het is bijna niet voor te stellen, maar het echtpaar is al 66 jaar getrouwd. Op haar veertiende werd zij aan hem uitgehuwelijkt. Ze denkt terug aan die tijd, dat ze als tienermeisje bij haar schoonfamilie introk. Zelf kwam ze uit de grote stad – Paramaribo – meneer Gopal woonde op het platteland. Ze werd meteen aan het werk gezet. Iedere dag kookte ze voor tientallen mensen. Haar schoonmoeder had tien kinderen en een paar pleegkinderen. Haar schoonvader had een groot stuk land en de mensen die op het land werkten moesten ook allemaal eten. ‘Daar hadden we een dagtaak aan’, vertelt ze.

De 81-jarige mevrouw Gopal uit het Haagse Transvaal vertelt over haar jeugd in Suriname.
Mevrouw Gopal: 'Het is bijna niet voor te stellen, maar we zijn al 66 jaar getrouwd.'

Terugdenkend aan vroeger

Ook de gedachten van meneer Gopal dwalen af naar vroeger. Vroeger was een moeilijke tijd, maar ook een hele mooie tijd, zegt hij. ‘Ik kon toen nog fietsen en lopen. Ik was gezond.’ Gezondheidsklachten weerhouden meneer Gopal er nu van om nog veel buiten te komen. Om zijn benen zit verband, iedere ochtend worden ze gezwachteld. Hij denkt nog vaak terug aan de dagen dat hij nog fit was, en hij iedere dag vroeg opstond om naar het werk te gaan. In Suriname bij de overheid en in Nederland bij de aluminiumfabriek in de Lier en later bij Fokker in Ypenburg.

Geschiedenis

Meneer en mevrouw Gopal zijn regelmatig terug geweest naar Suriname, afgelopen december zelfs nog. Maar ze keren altijd weer terug naar Nederland. Ze zijn hier gewend, al kregen ze best wel wat te verduren toen ze als familie net in Nederland aankwamen in 1975. Ze moesten regelmatig voor zichzelf opkomen. De kinderen werden op school pindakaas genoemd, of bruine boon. ‘De Hollanders wisten ook weinig van de geschiedenis van Suriname’, zegt mevrouw Gopal. En dat terwijl Surinamers een groot aandeel hebben gehad in de economische ontwikkeling van Nederland. Het zou haar goed lijken als daar in het onderwijs meer aandacht aan wordt besteed, aan de koloniale geschiedenis van Nederland. Zo weten bijvoorbeeld heel weinig mensen dat de roots van de Surinaamse Hindoestanen in India ligt. Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 35.000 Hindoestanen als contractarbeiders uit Brits-Indië naar Suriname. Zo ook de opa van meneer Gopal.

Het uit Suriname afkomstige echtpaar Gopal is al 66 jaar.
Mevrouw Gopal vindt dat er meer aandacht in het onderwijs moet zijn voor de koloniale geschiedenis van Nederland

Vegetarische dag

Vanuit India brachten de Hindoestanen ook het hindoeïsme mee. Het is vandaag dinsdag en dat betekent in huize Gopal altijd een vegetarische dag. ‘Dat is om te reinigen’, vertelt mevrouw Gopal. ‘Dinsdag is de dag van de Hanuman swami, de hindoe aap-mens godheid.’ Het is voor de familie niet gebruikelijk om naar de tempel te gaan, maar dat hoeft ook niet, zegt mevrouw Gopal. ‘God is overal, je mag overal bidden.’ In één van de kamertjes van het huis heeft ze daarom een altaar ingericht, waar ze iedere ochtend even bidt. Iedere dag offert ze daar ook een bloem, een chrysant of een anjer. Overigens vinden meneer en mevrouw Gopal het onvoorstelbaar dat er in de wereld zoveel wordt gevochten om het geloof. ‘Wij geloven dat iedereen dezelfde God heeft. En of je die God nu Krishna, God of Allah noemt, ik heb er geen bezwaar tegen’, zegt mevrouw. Meneer Gopal vult haar aan: ‘Zo is het. Wie daar bezwaar tegen maakt, die is gek. Daar krijg je alleen maar ruzie van.’

Mevrouw Gopal toont het altaar dat ze in een van de kamers in haar woning in het Haagse Transvaal heeft ingericht.
In één van de kamertjes van het huis heeft mevrouw Gopal een altaar ingericht, waar ze iedere ochtend even bidt

Voor de familie Gopal heeft de God Shiva een belangrijke betekenis. ‘Als je gelooft in Shiva dan helpt het, dat heb ik bij mezelf ervaren’, zegt mevrouw Gopal. ‘Wij hebben een goed leven. Natuurlijk hebben we altijd hard gewerkt en het is ook vaak moeilijk geweest. Maar nu, op onze leeftijd, heb ik aan God niets meer te vragen. Toen de kinderen klein waren vroeg ik altijd om gezondheid voor iedereen. Maar alle kinderen staan nu op eigen benen. Alles is goed. We hebben er voldoening mee.’ 

Meer Editie070?

Wil je meer verhalen lezen over de stad? Bekijk dan ook de andere verhalen op Editie070.

 

Aanbellen bij … Sripersad Gopal en Helouise Gopal-Biseswar

Gepubliceerd op 06 april 2018 Geschreven door Elleke Bal Fotografie door Valerie Kuypers

Heb jij een idee voor een verhaal op Editie070?

Editie 36

06 april 2018
Alle edities Sluiten X
Meer artikelen?
36