'Mijn moeder drie hoog achter moest het kunnen begrijpen.’

Editie 23
sk.JPG

Iedere week produceert de gemeente Den Haag een woud aan beleidsnotities en bestuurlijke stukken. In de jaren ‘90 kwam Rien Schilte op het idee om het gemeentelijk beleid voor de Hagenaars tot leven te brengen in een krant. 25 jaar later is de Stadskrant niet meer weg te denken. Ter ere van dit jubileumjaar vertellen drie makers van de Stadskrant over de kneepjes van het vak.

Rien Schilte022.jpg
‘De Stadskrant heeft de afstand tussen het gemeentebestuur en de bevolking kleiner gemaakt.’

Rien Schilte, 75 jaar

Oprichter van de Stadskrant
Eindredacteur van 1992 tot 2003

‘In 1986 verruilde ik mijn werk in de lokale journalistiek voor een baan bij de gemeente. Toen ik hier een tijdje werkte, vroeg ik me af hoe wij de Hagenaar informeerden. De leiding zei: 'dat doen we niet zelf, daar hebben we kranten voor. Als mensen iets van de gemeente willen weten komen ze wel naar ons toe.' Daar was ik het niet mee eens. Het deed me denken aan de houding van het regentencollege van zo’n 50 jaar geleden. Die dames en heren zouden zich niet zomaar tot het volk richten. Bovendien hebben de media een specifieke eigen taak. Ze zijn geen spreekbuis van de gemeente en zo hoort het ook.

Ik vond: wij hebben als gemeente een eigen taak om te informeren. Er waren destijds al andere gemeenten met een eigen krant. Gelukkig kreeg ik steun vanuit de gemeenteraad. Aan mij was de opdracht om een inventarisatie te maken van andere stadskranten in Nederland. Dat heb ik gedaan. Uiteindelijk is in de gemeenteraad besloten om de Stadskrant te gaan maken. Dat mocht ik doen.’

Propagandablaadje

‘Het grootste gevaar was dat de stadskrant een propagandablaadje zou worden. Dat de burgemeester en wethouders in de krant zouden zeggen: kijk eens hoe geweldig wij voor de stad bezig zijn. Dat wilde ik voorkomen. Als een wethouder vond dat we een goed verhaal hadden geschreven, moesten we ons ernstig zorgen maken.

Kijk, we kunnen wel een heel verhaal over het groenbeleid gaan houden. Maar ik ga liever praten met iemand die een tegel uit de stoep heeft gehaald en daar een mooie clematis heeft neergezet. Zo sla je met de Stadskrant een bruggetje van het gemeentehuis naar de mensen. En nu, 25 jaar later, bestaat de krant nog steeds. Daar ben ik best trots op.’

Hans Oerlemans058.jpg
‘Ik heb gemerkt hoeveel positieve energie er in de stad is.’

Hans Oerlemans, 61 jaar

Al 25 jaar tekstschrijver van de Stadskrant

‘Ik interviewde voor de Stadskrant eens twee jongens die gek zijn van de buitensport calisthenics. Dat is een soort fitness waarbij je oefeningen doet aan speciale toestellen. Die jongens zijn naar het stadsdeel Loosduinen gestapt met hun idee om een parkje voor deze sport in te richten. Nou, binnen een jaar is in Madestein het grootste Calisthenics-park van Nederland geopend. Vroeger had dat niet gekund. Ik heb het idee dat de stad beter bestuurd wordt dan twintig jaar geleden. Er is meer oog voor wat Hagenaars belangrijk vinden.

Ik schrijf mee aan de Stadskrant vanaf het begin. Ik ben werkzaam als freelance journalist en de gemeente is een van mijn opdrachtgevers. Een kernpunt van de Stadskrant is: zodra er beleid is van de gemeente, dan zoek je naar burgers die daar iets mee te maken hebben. Inwoners die er de gevolgen van ondervinden, of van die regeling gebruik maken. Je haalt het verhaal op in de stad, niet bij de ambtenaren. Dat stelt eisen aan taalgebruik. Ik vermijd beleidstaal.’

De boze burger


‘Ik herinner me van alle jaren Stadskrant vooral de mensen die ik ontmoet heb. Er is zoveel positieve energie er in de stad. De Stadskrant geeft een podium aan mensen die iets willen doen aan hun eigen situatie. Dus het is niet alleen maar wijzen naar de gemeente. Iedereen heeft het over de boze burger, maar die doet niks, die zit thuis boze e-mails te versturen. Deze mensen maken de stad met elkaar.

De Stadskrant wordt goed gelezen, merk ik. Ik krijg vaak berichten van mensen die ik geïnterviewd heb. Bijvoorbeeld die ene keer dat ik schreef over een pleeggezin. Dan hoorde ik later dat er een aantal nieuwe aanmeldingen voor pleeggezinnen waren. Het heeft effect.’

Corinne Leopold066.jpg
‘Bij elk onderwerp denk ik: wat betekent dit voor mensen in de stad?’

Corinne Leopold, 52 jaar

Sinds 2004 eindredacteur van de Stadskrant


‘In de afgelopen Stadskrant stond een verhaal over een bewoner in het Statenkwartier die een warmtepomp had geïnstalleerd. Dat is typisch iets voor de Stadskrant. Er komt iets groots aan, de gemeente noemt het een energietransitie. In 2040 moet iedereen van het gas af, het klinkt bijna futuristisch. Maar er zijn dus al inwoners mee bezig. De burger met z’n warmtepomp is de ingang van het verhaal. Bij elk onderwerp denk ik: wat betekent dit voor mensen in de stad?

Ik ben in 1992 bij de gemeente komen werken. Ik heb in de begintijd van de Stadskrant 2,5 jaar in de redactie gezeten. In die tijd heb ik veel van Rien geleerd. Daarna ben ik een tijdje ander werk gaan doen binnen de gemeente, maar eind 2004 ben ik teruggekeerd om eindredacteur te worden. Het leukste van mijn werk vind ik om de stad in te gaan en mensen te interviewen. Je komt in alle wijken van de stad en spreekt zoveel mensen die zich inzetten voor hun buurt.’

Honderdduizenden lezers

De Stadskrant is het belangrijkste printmedium van de gemeente, met het grootste bereik. Het gemeentelijk beleid wordt er in uitgelegd. Wat heeft de gemeente voor plannen met de stad? Wat kunnen de mensen verwachten, qua dienstverlening? Maar we willen mensen ook laten weten hoe ze hun mening kunnen geven. Hoe kun je je stem laten horen? Soms is er een inspraakprocedure, of een enquête, daar informeren we dan over.

We laten wel eens lezersonderzoek doen, waaruit blijkt dat de Stadskrant door ruim de helft van de Hagenaars wordt gelezen. Dat zijn dus een paar honderdduizend mensen! In verhouding wordt de krant iets meer gelezen onder ouderen, dan onder jongeren. Middelbaar opgeleiden en laag opgeleiden lezen iets vaker de Stadskrant dan hoger opgeleiden. En dat vind ik heel belangrijk, want de Stadskrant is in het bijzonder bedoeld voor mensen die niet ook al drie andere kranten hebben.’

Wist je dat ...

  • ... je binnenkort een expositie over 25 jaar Stadskrant kan bezoeken? Van 13 november tot en met 7 januari in de Centrale Bibliotheek aan het Spui (tweede verdieping). Foto’s en verhalen uit 25 jaar Stadskrant geven een bijzonder beeld van Den Haag door de jaren heen.
  • ... de Stadskrant niet altijd in de Posthoorn heeft gezeten? Voorafgaand aan 2002 werd de krant zelfstandig verspreid, huis-aan-huis. De krant kwam elke twee weken uit, en werd deels bekostigd via advertenties. Inmiddels verschijnt de Stadskrant eens per maand.
  • ... de Stadskrant tegenwoordig ook online te vinden is?
  • ... het huidige nummer van de Stadskrant een jubileumeditie is? Er komen Hagenaars aan het woord die in het verleden ook voor de Stadskrant geïnterviewd werden.

Meer Editie070?

Wil je meer verhalen lezen over de stad? Bekijk dan ook de andere verhalen op Editie070.

'Mijn moeder drie hoog achter moest het kunnen begrijpen.’

Gepubliceerd op 06 oktober 2017 Geschreven door Elleke Bal Fotografie door Inge van Mill

Heb jij een idee voor een verhaal op Editie070?

Editie 23

06 oktober 2017
Alle edities Sluiten X
Meer artikelen?
23