De gelukkige vinder

Editie 19
_91A0056.jpg

‘Noordwesterstorm en hoogwater is altijd prijs. En als je spullen uit Engeland of Schotland wilt, moet je wachten op een straffe zuidwesterwind. Alles wat in Dover in het water valt, komt hier vroeg of laat terecht.’ De 67-jarige Jan van der Veer – Ome Jan voor intimi – schenkt nog een schippersbitter in. Zittend achter zijn uit vlonders en wrakhout geconstrueerde tafel vertelt hij over zijn leven als strandjutter, zijn passie voor de zee en alles wat hij dagelijks om zich heen ziet gebeuren in de duinen van Kijkduin.

Ome Jan is een geboren verhalenverteller, zo wordt al snel duidelijk. Hij heeft dan ook genoeg te vertellen. Over zijn met snuisterijen volgestouwde jutterskeet bijvoorbeeld. Elke schelp en scheepsboei heeft een verhaal en ome Jan kent ze allemaal. Hij heeft de spullen tenslotte eigenhandig van het strand afgesleept. Toch lukt het hem niet altijd zijn verhaal af te maken, want in zijn jutterskeet, die tevens dienstdoet als juttersmuseum, strandwinkel en evenementenbureau voor kinderfeestjes, is het een komen en gaan van bezoekers.

_91A0069.jpg
Kinderen die een bijzondere vondst doen, benoemt Ome Jan tot hulp-jutter.

Metaaldetectoren en verse zeelucht

Bevriende buurtbewoners, nieuwsgierige dagjesmensen en de ene na de andere moeder die informeert of Ome Jan nog ruimte in zijn agenda heeft om een kinderfeestje in de steigers te zetten. De drukte lijkt hem niet te deren. Iedereen wordt dan ook netjes te woord gestaan. Terwijl hij een metaaldetector overhandigt aan twee zichtbaar opgewonden jongetjes, vraagt een zojuist binnengewandelde toerist hoe hij aan de flesjes verse zeelucht komt die in zijn museumwinkeltje staan uitgestald. ‘Heel simpel. Je gaat op het strand staan, steekt een flesje in de lucht en dan doe je het dopje erop. Let wel op dat de wind uit het westen komt, want bij oostenwind krijg je Duitse lucht en dat ligt veel slechter in de markt.’ Enigszins verbouwereerd verlaat de toerist de jutterskeet.

_91A0026.jpg
De flesjes zeelucht staan uitgestald in de jutterskeet.

Wanneer het wat rustiger is, pakt hij zijn verhaal weer op. Het strandjutten giert hem door de genen, zo blijkt. ‘De familie van mijn moeder komt oorspronkelijk uit Scheveningen. Zij verdienden hun geld in kuiperijen of met vissen op zee, maar dat was natuurlijk geen vetpot. Alles wat op het strand aanspoelde werd beschouwd als welkome bijverdienste. Zo bouwden ze kippenhokken en tuinschuurtjes van aangespoeld hout en wisten ze precies op welke plekken ze munten konden vinden na een drukke stranddag. Elke gulden was er één in die tijd.’

Neonverlichting en systeemplafonds

Ondanks dat hij het strandjutten deels van huis meekreeg, koos Jan aanvankelijk voor een ander beroep. Jarenlang gaf hij tekenen en handvaardigheid op een aantal Haagse scholengemeenschappen, maar de grootschalige fusies die in de late jaren 90 van de 20ste eeuw hun intrede deden, waren voor Jan een brug te ver. ‘Omdat ik lesgaf in creatieve vakken had ik in het begin nog een zekere vrijheid. Ik kon bijvoorbeeld met die kids naar het strand om dingen te zoeken, maar toen die scholen eenmaal gingen fuseren was daar veel minder ruimte voor. Bovendien moest ik er niet aan denken om mijn hele leven in zo’n gebouw opgesloten te zitten. Met van die neonverlichting en systeemplafonds; nou mij niet gezien. Daarom besloot ik twintig jaar geleden om de boel de boel te laten en naar het strand te verkassen. Vier jaar later kreeg ik de beschikking over deze jutterskeet, waardoor ik fulltime als jutter aan de slag kon. En de rest is geschiedenis.’

De vondst van meneer Jansen


Terwijl hij voor de zoveelste keer zijn hand omhoog steekt naar een bevriende strandbezoeker, lepelt hij 20 jaar aan vondsten op uit zijn geheugen: trouwringen, geld, scheepsboeien, onderdelen van booreilanden, fossielen, een Romeinse helm, een orgel. Of die ene keer toen hij een vrouw aantrof in de branding die op het punt stond om uit het leven te stappen. Ome Jan adviseerde haar er nog eens goed over na te denken. En met succes. De dame in kwestie zag terstond af van haar vrijwillige tocht naar de eeuwige jachtvelden.

In de keet vind je alle vondsten van Ome Jan.
Hij runt er zelfs een zee-eendenopvang.

Bij een zekere meneer Jansen kwam Ome Jan te laat. Veel te laat, welteverstaan. Want toen Ome Jan de heer Jansen op het strand vond, zat laatstgenoemde verast en wel in een urn. ‘Meneer Jansen heeft hier nog een nachtje in de keet gestaan, maar ik vond het niet echt een fijn gevoel, dus ik heb hem maar naar een crematorium gebracht.’ Tot zover meneer Jansen.

Vergroeid met duin, strand en zee

In de twintig jaar nadat Jan voor de laatste keer de deur van het klaslokaal achter zich dichttrok, raakte hij vergroeid met duin, strand en zee. Op een terugkeer naar de andere kant van de duinenrij zit de 67-jarige jutter dan ook absoluut niet te wachten. ‘Ik moet er niet aan denken. De vrijheid die ik hier heb, vind ik nergens. De duinen, het strand en de zee zijn mijn leven. Hier ben ik gelukkig.’

kijkduin_91A0293.jpg
De jutterskeet van Ome Jan.

Meer Editie070?

​Wil je meer verhalen lezen over de stad? Bekijk dan ook de andere verhalen op Editie070.

Gepubliceerd op 11 augustus 2017 Geschreven door Jelle Simons Fotografie door Fleur Beemster

Heb jij een idee voor een verhaal op Editie070?

Editie 19

11 augustus 2017
Alle edities Sluiten X
Meer artikelen?
19